7. sep, 2021

Examen voor de molenaarsopleiding

Examen in Oudemolen op De Zwaluw. 

Om 14.00 uur mag ik laten zien of ik de molen kan laten draaien voor examinatoren. In april was het toelatingsexamen en 16 september is het landelijke examen. Het begint nu toch wel spannend te worden.

Máár aan zenuwen heb je niks, die moet je onder controle houden en vaak is het een teken dat je iets niet kent. Het is ook wel gezonde spanning.

45 minuten buiten de molen 

  • weersituatie kunnen uitleggen
  • molen laten draaien
  • handelingen: vangen, zeilvoering voor leggen en wegzetten

Het allerbelangrijkste is de VEILIGHEID, zowel voor mij als de examinatoren. Afscheiding moet worden geplaatst. De slof onder de staart vandaan en er weer onder tijdens het draaien.

Bij een windkracht 3 draai ik met 4 volle zeilen, dat wil zeggen dat er 4 hele zeilen voor de wieken komen te liggen, maar op het examen wordt er maar 1 wiek/ hek opgezeilt. Er kan gevraagd worden om er een halve, of een duikertje van te maken. 

Het maakt niet uit het is leuk om te doen. Wanneer buiten klaar is en alles veilig is weggezet, dus aan de ketting en de bliksemafleider erop dan wordt binnen in de kap vragen gesteld.

Ik heb zoiets van: kom maar op wat wil je weten?

Er is altijd een vraag over de vang. Hoe werkt het en waarom zit er een vang op en wat kunnen de problemen zijn als het niet werkt.

Dit zal ik zo kort mogelijk proberen te vertellen.

Zonder een vang kun je de molen niet stil zetten, het is de rem van de molen. Het moet goed functioneren. Soms ontstaan er problemen. Die problemen moet je kunnen zien en weten wat je eraan moet doen.

Als je op de stelling of in Oude molen op de grond staat, omdat het een grondzeiler is, trek je aan de ketting, de vangketting, dan gaat de vangstok naar beneden en aan het eind gaat de stok omhoog. Binnen wordt een vangbalk opgetild door de ketting die van de vangstok aan de vangbalk vast zit. Doordat de vangbalk omhoog wordt getild wordt de balk van de pen gelicht en in de haak gezet. Even na tokkelen, dit is belangrijk om te voorkomen dat de pen niet goed staat en de balk er plotseling af zal schieten dan heb je kans op een asbreuk. Het sabelijzer wat een de vangbalk vast zit duwt de vangstukken omhoog zodat het bovenwiel vrij kan lopen. De vangstukken moet ik bij naam noemen: sabelstuk, kopstuk, schouderstuk, teenstuk en buikstuk. In Oudemolen zijn er maar 3 stukken. Sabel, teen en buik, maar ik moet de anderen wel noemen en kennen. De vangstukken zijn van wilgenhout gemaakt. Buigzaam, taai en zacht hout, dus geschikt voor de vangstukken. 

Nu ga ik de vang er weer op leggen: Ik trek kort aan de vangketting en dan zakt de balk en de klink is weer van de haak. Ik haal de vaart eruit en zat hem op de gewenste stand. Meestal is het een opdracht. (dit vind ik leuk) In rouw, vreugde, overhek of lange rust en korte rust. Het vangen moet rustig gebeuren en niet te snel, maar ook niet te langzaam. Doe je het te snel dan kan de as torderen, zich wrikken, waardoor de breuk kan ontstaan. Doe je het te langzaam, dan kan de vangstukken te lang op het bovenwiel drukken waardoor het te heet kan worden. Zo kan er brand ontstaan.

Alles met beleidt en niet twijfelen bij wat je doet. Als jij denkt dat dat de goede keuze is, dan handel je ernaar. 

Luisteren, de oren zijn ontzettend belangrijk, maar je ogen ook. Als ik in gesprek ben met mensen, dan hoor en of zie ik wat er om mij heen gebeurt, dan kan ik ingrijpen als het nodig mocht zijn en dan heb ik ook aandacht voor de bezoekers. De molen blijf ik in de gaten houden.

Onderhouden is heel belangrijk. 

Wanneer de vang aanloopt. Dat wil zeggen dat er problemen onstaan doordat de vang niet goed werkt. Dat is heel vervelend, vooral in vervelende situaties. Als het plotseling harder gaat waaien en de wind komt vanuit een andere richting.

Het plotseling van windveranderen heet een windsprong. Dat komt voor als er een depressie rechtover de molen trekt. Maar daar kom ik straks nog op. Eerst moeten we problemen oplossen in de kap. 

Het aanlopen van de vang, hoe los je dat op?

  1. controle bij de lendestut, wijkt uit/ bijstellen
  2. sabelijzer in vangbalk verstellen
  3. rust/rijklamp verstellen met een plankje eronder

Noem nog een aantal problemen die zich voor kunnen doen?

  1. De vangbalk te ver doorgezakt
  2. Sabel ijzer loopt klem
  3. vangbalk raakt de vloer of raakt een achtergebleven gereedschap(emmer)
  4. Vangbalk loopt vast in de ezel.(knaaien)

Versteken is de oplossing.

Met een autokrik of domme kracht die zet je onder de vangbalk en voor je de balk op krikt zet je een streep met een krijtje. En je hebt het gevlucht( de wieken) vast gezet met de bezetketting. Bij windstil weer kun je deze klus doen. Je krikt de balk omhoog en dan schroef je de bout los, dan verder omhoog krikken tot het juiste gaatje en schroef terug plaatsen. Dan de krik er weer onder vandaan halen en hopen dat het iets is gaan waaien. Zodat een collega molenaar de molen kan laten draaien. Als het goed is loopt de vang niet meer aan. Is dat nog wel het geval, dan is er meer aan de hand.

Het bovenwiel kan gezakt zijn.

Dit controleer je met je vingers onder de kammen en je kijkt naar de beet, dat wil zeggen de plaatst waar de kammen in elkaar grijpen, van de bonkelaar en het bovenwiel. De beet mag niet te diep zijn, maar ook niet te weinig. Dan zouden de kammen er uit kunnen schieten. Of breken, hierdoor. Te diep is een teken van verzakking van het bovenwiel. 

Oorzaak kan zijn droogte in een hete zomer. Of er is iets aan de hand met de halslager.

  1. Halslager kan gezakt zijn door de houtjes die eronder zitten, die kunnen verrot zijn.
  2. Scheur in de halslager, hierdoor wordt de as te heet.
  3. de as/ hals loopt niet over de hele breedte van de halssteen.

Meer problemen met de as.

  1. gebroken halssteen, het vet loopt ertussen weg, waardoor het te heet wordt
  2. insluitsel. een stukje kwarts kan aan de oppervlakte komen van de steen. Dit is scherp en heeft een slijpende werking. Waardoor warmte ontstaat.
  3. ingesleten halssteen. het wrijvingsvlak wordt groter, maar de lagerdruk kleiner.
  4. Wanneer de halssteen gekanteld is, naar binnen of buiten, dan draagt hij niet meer over de volle breedte en hierdoor lopt het vet er tussen weg waardoor de hals heet gaat worden.

CONTROLEREN is het beste. 

Spiegels is ook een vraag die er wordt gesteld.

De kammen kunnen de veld van de bonkelaar raken, maar het kan ook anders om, dat de kammen van de bonkelaar de velg van het bovenwiel raakt. Er zijn dan gladde stukken te zien op de velg.

Noem de onderdelen van de halslager(kant van het gevlucht)

Hals ligt in een halssteen, van Arduin. In Oudemolen van ijzer, dat zie je bijna nergens. Daaronder zitten kwastvrije houtjes. Alles bij elkaar noem je het steenbed. Daaronder zitten wiggen. Het wordt gesmeerd met reuzel, buikvet van een varken. In Oudemolen smeren we met wagenvet, omdat de as,hals van ijzer is en op ijzer draait. Aan de buitenkant heb je het steenbord, soms met een beugel, maar meestal met extra zware bouten.

De windpeluw daar wordt gegarandeerd een vraag over gesteld.

Dit is de belangrijkste balk in de molen, die een gewicht van 5 à 7 ton moet dragen. 

Problemen hier kunnen zijn, verrot hout van de balk. Moet regelmatig gecontroleerd worden. Buiten zit er ook een waterhol en een kraag om inwateren tegen te gaan. De stormluiken kunnen er voor weg.

De voorkant heet voorkeuvelens met een weerstijl en een keerstijl. De weerstijl kan eruit om voor reperatie voor de as en de keerstijl is tegen de zijwaartse druk die vrij komt van de as en daarbij zit er een extra schoor, stormmandje, tegen de keerzijde ter extra steun. 

De voeghouten, linker en de rechter vormen samen met de windpleuw en de steunderbalk, burgemeester, of de beer een stevige constructie waardoor de kap kan draaien. De lange spruit, dat zijn de balken die eruit stelken aan beide zijden, die zorgen vooervoor dat daar aan getrokken kan worden en geduwt.  de korte spruit ligt in het achterkeuvelens en ondersteunt en verstevigt de construktie aan de staartzijde. De staart is de balk die naar beneden loopt, daar zit de lange en de korte spruiten door schoren vast. Korte schoor en lange schoren. De schoren worden afgedekt met consolen en de lange spruit met een pet. Hangers zijn ervoor dat de schoren niet door zakken en dat de lange schoor niet in het gevlucht komt als het losschiet.

Aan de staart zit een wiel, rad of lier.

In Oudemolen zit er een lier met een rad, waaraan gerdaaid wordt om de molen te kunnen kruien. In Oudemolen verleg je de ketting telkens, maar in Zuidlaren leg je de lijn vast op de stellingvloer. 

Het draaien bij Oudemolen is zwaarder en kun je bijna niet in de ééntje. Gelukkig mag ik om hulp vragen en dat zal ik ook zeker gaan doen.

Een zolder lager, op de luizolder staat een spoorwiel die wordt aangedreven door het bovenwiel en door de as, wat weer wordt aangedreven door de wind dat waait op de wieken.

Steenschijfloop is een zelfde benaming als rondsel. Deze heb je nodig om de steen te kunnen lichten. De rondsel zit verbonden met een steenspil wat naar benden loopt en een haak, een klauw grijpt in een rein. Eeen balanceerrein of vaste.  Deze zit in de steen en kan de steen optillen. Dat optillen, lichten gebeurt op de maalzolder. De steenspil zit verbonden in een bolspil en onderaan de steenspil zit een taats die weer in een taatspot staat. Daar omheen zit een kussen, van hout, die door trek en duw wiggen op z'n plaats wordt gehouden. De pasbalk is de balk waar de taatspot in zit. Het geheel heet het paard. Het paard zit in een hangereel en jukken. 

Op de graanzolder, steenzolder daar heb je een maalstoel.

Eeen kaar met schoe of schuddebak, klapspaan een aanhouder en een schuif. Een kam, kaarbomen. Het graan valt vanuit de kaarbak in het kropgat en wordt verdeelt, dan wordt het gebroken en dan gemalen. Dus op de steen zitten meerdere gedeeltes voor het malen. Dan valt het meel in de buitenste rand en wordt het door het jagertje in de meelbak geveegd.  Dan glijdt de meel via de meelpijp naar beneden in de meelzak. Bij het malen heeft de molenaar hulp van een regulateur. 

Dit is een as met aan weersijden een arm met daaraan een gewicht en doordat de regulateur verbonden is met de bolspil of de koningsspil draait het in het rond en door de middelvliedendekracht, centrifugaalkracht gaan de armen uitstaan. Wanneer de wind afneemt zakken de armen weer. Op deze manier kan de molenaar een constante kwaliteit leveren van het meel, doordat de stenen bij gehouden worden. De licht is een megnisme, of door een touw, of door een stik, waarmee de stenen gelicht worden.

Steenlichten NIET VERGETEN

Dan krijgen we het onderdeel weer.

Het kunnen kaart lezen en vertellen over de isobaren, hoge druk, lage druk en de depressies, of onweer zien aankomen. Fronten: vertellen over de fronten. Troposfeer, tropopauze. Trekrichting van hoog naar laag gebied van zuidwest naar nooroost. De winden noemen met zijn karakters.

Het warmtefront is een belangrijke.

Cirrus, cirrusstratus,(halo, kring om de zon) altostratus (melkachtige doorschijnende wolken) Nimbostratus Regen, wind en soms onweer. 

De barometer daalt, luchtdruk zakt. het gaat regenen. Soms duurt het een poos en soms klaart het weer op.

Bij een depressie blijft de regen iets langer, bij een bui is het kort.

Koufront is gevaarlijk, vanwege het onweer en de harde wind, soms met hagel.

Frontale onweer is het allergevaarlijkst. Deze zie je niet aankomen, kan achter de wolken zitten. Met een radio op de am zender hoor je de onweer aankomen en kun je maatregelingen treffen die op dat moment nodig zijn. 

Meestal kun je het wel aan de wolken zien dat het gaat onweren en vaak aan het eind van de dag, dan is het het warmst. Vlak voor een onweersbui is het vaak heet. 

Onweerswolk is positief aan de bovenkant en negatief aan de onderkant van de wolk. Soms weerkaatsten ze van wolk naar wolk, maar soms ook rechtstreeks naar de grond. Er wordt een positieve lading afgegeven naar de grond. Da molen moet altijd weggezet worden aan de bliksemafleider. In Zuidlaren zit er een extra beveiliger op. Het is aangesloten op een sprenklersysyteem. De slang moet er altijd na het draaien er weer op gekoppeld worden.

Dan moet er nog vertelt worden over de wetten en de molenbiotoop.

Dat laatste is ontzettend belangrijk. Zowel voor de molen als de omgeveing. Bij de genmeente kun je terecht voor vergunningen bij de WRO. 

Als een molen niet goed kan draaien, dan krijgen niet alle wieken de goede evenwichtige windbelasting die het wel behoort te hebben. Wanneer de wind niet goed op het gevlucht komt, doordat het onderste gedeelte last heeft van de bomen, of hoge gebouwen, dan gaat dat ten kosten van de molen en op den duur zal de molen daar last van hebben. Er kunnen gebreken ontstaan en dat is zonde van een mooi monument wat al eeuwen oud is. Wij moeten ons goed beseffen dat de molen een stuk cultuur hystori is en als dat verdwijnt krijgen wij het nooit meer terug.

DANKBAAR dat is het enige woord. Dankbaar zijn voor wat wij mogen gebruiken. 

Ik zal het met heel veel liefde koesteren en zolang ik het kan zal ik mij inzetten voor de molen!