Uitgevers op bezoek

Wat doe je als je veel tijd over hebt?

Er zijn nog zoveel dingen te bedenken. Ik heb mij voorgenomen om mijn molenstudie aan te pakken. Het hoofdstuk over het weer bijvoorbeeld. Elke week heb ik theorieles gehad tijdens de koffie op de molen in Gieten of in Sleen. Nu mis ik dat heel erg. Nouja dan moet ik de tijd gaan besteden aan het leren.

Het weer.

De troposfeer, Polaire front, Luchtstromingen en de straalstroom. 

 

Elke dag bestudeer ik een weerkaart. Daarop valt te zien wat het weer gaat doen. De hoge druk en de lage drukgebieden. De koufront, warmtefront, oclusie, trog en vore.

De isobaren zijn belangrijk. Hoever die uit elkaar staan, daar aan valt te zien of er veel wind of weinig wind is.

Pas geleden was er tijdens die harde wind een windsprong, dan waait de wind plotseling van uit een andere richting. Dit heb ik zien gebeuren tijdens het werken bij de bloemenwinkel, de potten die buiten stonden waaiden eréén keer van de tafel. De wind kwam in één keer van de andere kant. Zo'n windsprong is levensgevaarlijk. Vooral voor mensen op zee kunnen in de problemen komen en ook voor een molen kan het ook een probleem zijn als je dat niet in de gaten hebt, dan krijg je plotseling de wind achter de zeilen met als gevolg dat de molen een andere kant op gaat draaien en dan is een molen niet meer te stoppen. Daarom is het belangrijk dat vooraf het weer goed in de gaten wordt gehouden En ook tijdens het draaien van de molen moet continu het weer in de gaten worden gehouden. Een trog is ook gevaarlijk, dat zijn zes buien in één wolk die vooraf te zien is door een hele grote bloemkool of aambeeld wolk. Als je die ziet dan weet je dat het gaat regenen en dat er zes buien achterelkaar komen. Het bepalen waar de wind vandaan komt is natuurlijk ook belangrijk. Voor dat je begint op de molen kijk je het allereerste waar de wind vandaan komt.Dan wordt de molen gekruid met de wieken op de wind, maar ik heb geleerd om de wieken er iets voor de wind te zetten. Dan draait de molen het beste. De zielen ervoor leggen vond ik in het begin erg lastig en had vaak trillende benen. Maar nu vind ik het leuk en kan ik vrij naar boven lopen. Met mijn linkerhand houd ik mij vast en de andere hand leg ik de litsen/lussen om de kikkers/ haken, waar de lussen aan veast zitten. Als ik dan beneden ben. Maak ik de rechtsondertouw vast en dan links provisorisch en dan de zwichtlijnen. Als die vast zitten dan het linkertouw goed vast. Ik vind het echt zo super leuk dat ik alweer sta te popelen om naar de molen te gaan. Voor dat je de zeilen hebt gehesen, doe je de kettingen eraf en de bliksemafleider koppel je los en leg het netjes neer. Dan kan de vang eraf als alles goed gecotroleerd is. Voor je begint ga je eerst in de kap, de kapzolder en daar smeer je de assen en bij sommige molen moet je een touw van de vang af halen en bij andere molens een leken ketting. Je controleerd altijd of er niet ligt wat schade kan veroorzaken. Bijvoorbeeld takken van de roeken, kraaien of andere vogels. Of er goed gesmeerd is. Als dan alles veilig is ga je de steen lichten als je niet wilt malen. Dan kan de vang eraf, nadat de pal er af gehaald is. Een pal zit er bijna op iedere molen, ter extra beveiliging, dat de molen niet kan terug lopen. Zo nu eerst koffie met weerkaart bestuderen. Tot straks😉